Selecteer een pagina

Fushë Krujë

De vallei ten noorden van de Albanese Hoofdstad Tirana

Het leven in Albanië gaat altijd maar op z’n elf-en-dertigst. Maar als je slechts twee weken hebt en veel mensen om op te zoeken en tijd mee door te brengen zit de agenda al snel enorm vol, zo vol dat ik pas aan schrijven toekom nu ik weer in het vliegtuig terug naar Nederland zit. Het leven had een verrassing voor me in petto, want ik reis dit keer niet alleen. Heen zaten Alma en Lois Boersma, die voor een weekendje naar Gramsh gingen, bij me in het vliegtuig, maar dat merkte ik pas na de landing. Thijs Keereweer die ook een weekje in Albanië was, was ik eerder op het spoor zodat we stoelen naast elkaar in het vliegtuig konden bemachtigen!

Samen reizen

Met vriend Thijs in het vliegtuig.

Bij deze de eerste week van mijn reis naar Albanië:

De aankomst op vrijdag was zorgvuldig gepland. De taxi-rit was geregeld bij een goede bekende. Hij woont vlakbij het vliegveld en daar moest ik natuurlijk even binnenkomen voor een kopje koffie. Hun zoontje van bijna een jaar was ziekjes en lag net te slapen, dus die kon ik helaas niet bewonderen. Een pakje stroopwafels was een welkom cadeau voor ze, want aanbieden om te betalen zou alleen op weerstand hebben gestuit.

Het weekend zou ik in Fushë Krujë doorbrengen met de lokale kerk en mijn Albanese familie. Ik moest zeker weer even inkomen in de taal. De jongens die vrijdagsavonds bij elkaar komen en honderduit praten hielpen wel daarbij. Maar toch merkte ik dat ik de eerste paar dagen wat stiller was en meer luisterde dan praatte. Zaterdag hadden we de aanbiddingsoefening voor de kerkdienst waar ik direct weer mee mocht spelen. Andi de geluidsman opperde er weer eens spontaan opuit te gaan met het team en zo zaten we een half uur later in de bus naar het strand in Durres.

Worshipband

De groep muzikanten uit de kerk in Fushë Krujë.

Ik had gepland om gelijk na aankomst naar kapper Klodi te gaan (rechts op de bovenstaande foto), maar dat viel hopeloos in het water.

Bezoek aan Gramsh

Omdat Bani op maandag zijn vrije dag heeft, en ik daar onder geen beding aan wil tornen, maakte ik de afspraak om op dinsdag en woensdag naar Gramsh te komen. Ik nam contact op met Fatos om te zien hoe ik hem de aardbeizaadjes zou kunnen overhandigen. Op het dorp hoefde ik hem niet op te zoeken, want hij had al gepland om naar de stad af te dalen. Dinsdagochtend om half zeven belde hij me wakker: “Eno zijn zoon was in Elbasan en zou naar Gramsh komen, zou ik hem misschien op kunnen pikken onderweg?” Dat leek me een goed moment om hem eens beter te leren kennen. Zover ik me kon herinneren was Eno naar Griekenland vertrokken, maar bleek terug in Albanië en werkte in Elbasan. De 21 jarige kerel had via de kerk een baan kunnen krijgen als ramenzetter, maar was verder weinig bezig met geloof. Reden genoeg om een vervolg afspraak te maken en hem in Elbasan in contact te brengen met een van de meest begane jongerenwerkers die ik ken. Fatos nam de zaden mee, we maakten een paar foto’s en ik ging aan de slag met Bani. Flavio, Juli’s broertje, kwam langslopen en ook hij wilde wel even poseren. (Meer over Juli in Kosovo in de volgende post.)

Tosi Mato

Fatos Mato onder de Perzikbloesem in Gramsh met berg Tomorr op de achtergond

Spontane foto

Flavjo onder de Perzikbloesem in Gramsh met berg Tomorr op de achtergond.

Ik overnacht in Gramsh en keer op woensdag weer terug naar Fushë Krujë. Mama had graag haar zus in de buurt van Elbasan bezocht, maar door miscommunicatie had ze niet begrepen dat ik haar mee terug zou kunnen nemen en was ze uiteindelijk niet gegaan.

Preek

Voorganger Dag zou er mijn tweede weekend in Albanië niet zijn en Bledar, de ouderling, wilde graag eens gaan zitten om het onder andere over de preek te hebben. Ik zou mogen preken en gezien het gesprek met het aanbiddingsteam leek het me goed om aanbidding als onderwerp te nemen. Want wie niet weet wat hij aanbidt kan niet aanbidden, zoals je ook niet kunt houden van iets wat je niet kent. Zeker deze weken voor Pasen is het goed te beseffen wat Jezus voor ons gedaan heeft en hem daarvoor te aanbidden.

Tweede test

Omdat aardbeien op de berg ook in het wild groeien zouden ze daar prima aan kunnen slaan. Maar om zeker te zijn hield ik wat zakjes achter om te proberen of ze wellicht beter in het dal ontkiemen waar het in deze periode van het jaar iets warmer is. Het voorschrift is binnen zaaien, maar met de onverwarmde Albanese huizen heeft dat ook weinig meerwaarde. Verschillende personen wezen naar Fran toen ik hen vroeg om een deskundige persoon voor een tweede experiment. Fran is een beer van een vent op middelbare leeftijd. Hij een trouwe kerkbezoeker, maar niet zo spraakzaam. Toen ik hem na de kerkdienst het idee uitlegde was hij enorm enthousiast en wilde me graag helpen. De volgende ochtend had in een beschrijving laten vertalen naar het Albanees en om die te overhandigen zouden we wel bij hem langs kunnen rijden. Hij had de zaden gelijk dezelfde middag al gezaaid… De goede wil is getoond! Nu afwachten wat er gaat ontkiemen.